Liever blijf ik boos dan dat ik verantwoordelijkheid neem
Over boosheid, verantwoordelijkheid en de ruimte tussen wat je voelt en wat je vervolgens doet.
door Marthijn de Rooij · 4 september 2024 · 6 min lezen · bijgewerkt 29 augustus 2026
Ik ken de verleiding goed. Boos blijven is soms een stuk eenvoudiger dan kijken naar mijn eigen aandeel in wat er is gebeurd. Zolang ik boos ben, kan mijn aandacht volledig bij de ander blijven. Bij wat die heeft gezegd, gedaan of nagelaten. En soms heb ik daar ook gewoon gelijk in.
Dat laatste vind ik belangrijk. Boosheid is niet verkeerd en verantwoordelijkheid nemen betekent niet dat je de ander moet vrijpleiten. Mensen kunnen je kwetsen, over je grens gaan, onredelijk zijn of iets doen wat werkelijk niet klopt. De vraag is alleen wat er gebeurt als de boosheid daarna de enige positie wordt van waaruit je naar de situatie kunt kijken. Want dan kan boosheid behalve een terechte reactie ook iets anders gaan doen: ze kan voorkomen dat je hoeft te kijken naar wat de situatie met jou doet, wat jouw eigen aandeel is en wat jij nu te doen hebt.
Boosheid is niet het probleem
Een emotie ontstaat niet alleen in je hoofd. Er gebeurt iets en je hele systeem reageert. Je hartslag verandert, je spieren spannen zich aan, je ademhaling verschuift. Je aandacht vernauwt en er ontstaat een neiging om iets te doen: aanvallen, verdedigen, afstand nemen, iets rechtzetten of juist vertrekken.
Boosheid kan daarin heel functioneel zijn. Ze kan energie geven wanneer een grens wordt overschreden. Ze kan duidelijk maken dat iets voor je van betekenis is. Ze kan je helpen om op te staan waar je jezelf eerder misschien klein hield. Het probleem begint daarom niet bij de boosheid zelf.
Het wordt interessant wanneer je merkt dat je de boosheid nodig hebt om niet ergens anders naar te hoeven kijken. Dat ken ik bij mezelf. Boosheid kan heel overtuigend voelen. Op het moment dat ik erin zit, weet ik precies wie wat verkeerd heeft gedaan en waarom mijn reactie logisch is. En misschien is die analyse niet eens onjuist. Maar dat betekent nog niet dat zij het hele verhaal vertelt.
Wat gebeurt er als je boos blijft?
Wanneer je geraakt bent, wordt je wereld gemakkelijk smaller. Je ziet scherper wat de ander verkeerd doet. Je hoort minder goed wat die probeert te zeggen. Je gedachten zoeken bewijs voor wat je al voelt en voor je het weet, versterken gevoel en verhaal elkaar.
Dat kan een tijdje nodig zijn. Niet alles hoeft onmiddellijk genuanceerd of opgelost te worden. Maar ergens komt er een moment waarop de vraag verandert. Niet meer alleen: Wat heeft de ander mij aangedaan? Maar ook: Wat doe ik nu zelf met wat er is gebeurd?
Dat is voor mij het ongemakkelijke punt. Want de eerste vraag kan ik beantwoorden zonder iets aan mezelf te hoeven veranderen. De tweede niet.
Verantwoordelijkheid nemen is niet hetzelfde als schuld dragen
In mijn oude manier van kijken lagen verantwoordelijkheid en schuld soms heel dicht bij elkaar. Als ik mijn eigen aandeel erkende, leek het alsof ik daarmee toegaf dat de ander gelijk had. Alsof ik niet meer boos mocht zijn of alsof wat mij was aangedaan ineens minder belangrijk werd.
Maar dat zijn verschillende dingen. Verantwoordelijkheid nemen betekent niet dat jij verantwoordelijk bent voor alles wat er gebeurt. Het betekent ook niet dat je verantwoordelijkheid moet dragen die bij iemand anders hoort. Het betekent dat je probeert te onderscheiden wat wel van jou is.
Misschien had de ander niet zo tegen je mogen praten. En misschien heb jij daarna drie weken ieder gesprek geweigerd. Misschien heeft iemand werkelijk een grens overschreden. En misschien merk je dat je nog maanden bezig bent om in je hoofd hetzelfde proces opnieuw te voeren. Misschien heb je alle reden om geraakt te zijn. En toch blijft uiteindelijk de vraag wat jij met die geraaktheid doet.
Daar zit voor mij het verschil tussen schuld en verantwoordelijkheid. Schuld vraagt wie fout zat. Verantwoordelijkheid vraagt waar jouw invloed vandaag begint.
Emotionele volwassenheid betekent niet dat je minder boos wordt
Ik dacht vroeger misschien eerder dat ontwikkeling betekende dat bepaalde emoties uiteindelijk zouden verdwijnen. Dat je na voldoende inzicht minder boos, minder bang of minder geraakt zou zijn. Ik geloof dat niet meer.
Emotionele volwassenheid betekent voor mij niet dat je minder geraakt wordt. Het betekent dat geraakt worden niet meer automatisch bepaalt wat je vervolgens doet.
Je kunt boos zijn en toch luisteren. Je kunt gekwetst zijn en toch besluiten een grens rustig uit te spreken. Je kunt voelen dat je iemand iets kwalijk neemt en tegelijk onderzoeken of je zelf iets te herstellen hebt. Je kunt ook tot de conclusie komen dat je niets meer wilt herstellen en weggaan.
Het verschil zit niet in de emotie. Het zit in de ruimte die ontstaat tussen wat je voelt en hoe je handelt.
Soms beschermt boosheid tegen iets anders
In de oorspronkelijke versie van dit artikel schreef ik veel stelliger dat achter boosheid altijd pijn schuilgaat. Dat vind ik inmiddels te eenvoudig.
Soms is boosheid gewoon boosheid. Een passende reactie op iets wat gebeurt. Maar boosheid kan óók beschermen. Tegen verdriet bijvoorbeeld. Tegen machteloosheid. Tegen schaamte. Tegen het besef dat iets niet meer teruggedraaid kan worden. Of tegen de pijnlijke ontdekking dat je zelf ook iets hebt gedaan wat je liever niet onder ogen ziet.
Ik ken die beweging. Boosheid geeft energie. Het maakt de wereld overzichtelijk. Zolang ik boos kan blijven op de ander, hoef ik soms niet te voelen hoe geraakt, verdrietig of machteloos ik eigenlijk ben.
Soms is boosheid gewoon functioneel. Ze kan je helpen om op te staan, iets te begrenzen of duidelijk te maken dat er iets voor jou niet klopt. En soms zit er daarnaast nog iets anders onder of naast, zoals verdriet, machteloosheid of schaamte.
Ook als je dat eenmaal ziet, verdwijnt die boosheid niet ineens. Dat hoeft ook niet. Sommige reacties zijn zo vertrouwd geworden dat ze af en toe gewoon weer opduiken. Bij mij voelt dat soms bijna als een oude bekende die ineens weer voor de deur staat.
Hé, daar ben je weer
Mijn boosheid is niet verdwenen. En eerlijk gezegd hoeft dat ook niet. Ik herken haar alleen eerder.
Soms merk ik dat mijn lichaam al lang in de aanval staat voordat ik mezelf heb verteld dat ik boos ben. Mijn gedachten beginnen argumenten te verzamelen en ik weet ineens precies waarom de ander fout zit. Dat moment ken ik inmiddels beter.
Niet altijd op tijd. Soms nog steeds pas achteraf. Maar steeds vaker kan ik denken: hé, daar ben je weer.
Niet om de boosheid weg te drukken. Wel om haar niet automatisch het stuur te geven.
Misschien is dat uiteindelijk wat verantwoordelijkheid nemen voor mij betekent. Niet dat ik overal de schuld van op me neem. Niet dat ik niet meer boos mag zijn. Maar dat ik, ook wanneer ik geraakt ben, blijf onderzoeken welk deel van de werkelijkheid van mij is en wat ik daarmee wil doen.
De ander houdt zijn deel. Ik het mijne.
Wil je hier samen naar kijken?
In een workshop of een individuele sessie wordt zichtbaar wat in jouw situatie meespeelt.
- systemisch werkWat is een workshop familieopstellingen?
Wat gebeurt er tijdens een familieopstelling, hoe werken representanten en wat kan systemisch kijken zichtbaar maken in terugkerende patronen?
